De radslag is een bekend element in het turnen. Vrijwel iedere turnster leert hem vroeg of laat op de vloer, op balk of zelfs over toestellen heen. In deze blog lees je alles over de radslag: hoe hij technisch is opgebouwd, welke fasen er zijn, welke fysieke voorwaarden nodig zijn en hoe je hem stap voor stap kunt aanleren.
Wat is een radslag?
Een radslag is een turnoefening waarbij je zijwaarts over je handen heen draait, alsof je een wiel maakt met je lichaam, vandaar ook de naam. Je zet je handen één voor één op de grond, zwaait je benen omhoog en landt weer op je voeten aan de andere kant.
Het element wordt geturnd:
- Op de vloer als los element of als onderdeel van een acrobatische serie
- Op de balk als los element, opsprong of verbindingsdeel
- Of als basiselement naar moeilijkere elementen zoals arabier of overslag.
De radslag is een belangrijk basiselement binnen het turnen.
Technische beschrijving
De basisradslag start vanuit stilstand, één been wordt horizontaal geheven om een grote stap te zetten en de beweging in gang te zetten.
De armen blijven langs de oren en worden in één vloeiende beweging overgebracht richting de grond.
De handen worden naast elkaar, maar om en om geplaatst waarbij de vingers van hand twee naar hand één wijzen.
Daarbij zwaait het achterste been actief door omhoog, waardoor het lichaam in een zijwaartse handstandpositie komt.
De landing volgt op het eerste been dat de grond weer raakt, gevolgd door het tweede been.
Het element eindigt in een rechte stand, met de armen nog steeds langs de oren.

Fasen van de radslag
We verdelen de radslag in vier fasen. Door die fasen apart te oefenen, wordt het aanleren overzichtelijker en doelgerichter.
1. Beginpositie en inzetfase
De turnster staat rechtop met de armen langs de oren.
Het eerste been wordt horizontaal geheven en maakt een grote uitstap. Het lichaamszwaartepunt verplaatst zich naar het voorste been.
2. Handplaatsing- en opschopfase
De eerste hand plaatst ver voor het lichaam op de grond, de tweede hand volgt snel met de vingers richting de eerste hand.
Het eerste been zwaait actief omhoog richting handstand, het tweede been volgt.
De schouders zijn geopend en de romp blijft gestrekt.
3. Handstand- en rotatiefase
Het lichaam passeert de handstandpositie zijwaarts.
De rotatie om de lengte-as zorgt ervoor dat het lichaam zich als een wiel voortbeweegt.
Hier is spanning en coördinatie essentieel het is een kort, maar cruciaal moment in de radslag.
4. Landingsfase
De eerste voet landt licht voorwaarts, gevolgd door de tweede voet.
Het lichaam komt gecontroleerd rechtop, met de armen langs de oren.
De blik blijft recht vooruit gericht.
Fysieke voorwaarden per fase
Elke fase vraagt om specifieke fysieke eigenschappen:
👉 Tip: gebruik korte methodische oefenvormen om deze voorwaarden per keer te trainen.
Methodische opbouw van de radslag
Het is belangrijk om de radslag stap voor stap aan te leren. Kinderen oefenen de beweging in losse onderdelen, waarbij de nadruk ligt op richting, steunfase en spanning.
Wanneer kinderen voor het eerst kennismaken met de radslag, laat je ze dit niet meteen volledig uitvoeren op de vloer.
In de turnsport en gymnastiek wordt een element zoals de radslag vaak opgedeeld in kleine, overzichtelijke deelbewegingen. Door deze onderdelen stap voor stap aan te bieden, krijgen kinderen een breed en gevarieerd aanbod aan oefeningen. Zo maken ze veilig en effectief kennis met de verschillende bewegingen die samen de radslag vormen.
Daarnaast kan er gericht worden geoefend op een specifiek onderdeel van de radslag wanneer een kind daar extra ondersteuning nodig heeft. Een turnster kan bijvoorbeeld al een mooie zijwaartse inzet en handplaatsing laten zien, maar heeft nog moeite met het hoog zwaaien van de benen of een stabiele landing. In dat geval kunnen er oefenvormen worden aangeboden die zich specifiek richten op die fase van de beweging.
Op de volgende pagina’s maken we je graag wegwijs in methodische oefenvormen voor de verschillende fasen van de radslag.
Technische aanwijzingen per fase
Fase 1 – Inzet
- Armen langs de oren houden
- Inzetbeen horizontaal heffen
- Grote stap zetten
Fase 2 – Handplaatsing
- Handen ver voor je plaatsen
- Tweede hand naar binnen draaien
Fase 3 – Rotatie
- Blijf je armen en benen strekken
- Houd je benen in één lijn boven je lichaam.
- Houd spanning op je romp
- Probeer “als een wiel” door te draai
Fase 4 – Landing
- Armen langs de oren
- Land eerst op het 1e been en sluit daarna het tweede been aan.
- Kijk naar waar je vandaan komt
Hulpverlenen bij de radslag
Bij het aanleren van de radslag kan hulpverlenen essentieel zijn voor veiligheid en zelfvertrouwen.
De trainer kan ondersteunen:
Met de eerst hand in de eerst heup en de tweede hand in de tweede heup kun je de turnster sturen in de draaiende beweging.
Technische aanwijzingen en feedback
Als trainer is het belangrijk om functionele feedback te geven.
Vermijd algemene complimenten als “Goed zo!”, en benoem specifiek wat goed ging.
Voorbeeld:
- “Je zette je handen mooi ver voor je neer.”
- “Je benen bleven goed gestrekt tijdens de draai.”
- “Je eindhouding was recht met de armen langs de oren.”
Specifieke feedback helpt de turn(st)er precies te begrijpen wat verbeterd of behouden moet worden.
Tot slot
De radslag is een elegant maar technisch element.
Door te werken in fasen, aandacht te besteden aan fysieke voorwaarden en doelgerichte feedback te geven, kun je als trainer het leerproces versnellen én leuker maken.
Wil je meer inspiratie, methodische opbouwschema’s of oefenvormen voor de radslag en andere elementen?
👉 Bekijk dan:
- Online bijscholingen van Beter Turnen
- Trainersplatform met oefenmateriaal
- Gratis downloads voor turntrainers






