Faalangst met turnen, waar komt het vandaan en hoe ga je ermee om?
16 februari 2020 
5 min. leestijd

Faalangst met turnen, waar komt het vandaan en hoe ga je ermee om?

Faalangst komt veel voor in de turnsport. Kromme benen, een wiebel en een holle rug, voor al die foutjes geef ik je acht tiende aftrek bij dit element zegt de jury na het beoordelen van Emma’s handstand op de balk. Emma heeft hard gewerkt aan het perfectioneren van haar handstand maar toch krijgt ze een hele lijst aan aftrekpunten bij dit onderdeel. ‘’Wat ben ik toch een mislukking, ik krijg dit simpele element nooit onder de knie’’ denkt Emma.

Over het algemeen heb ik het idee dat turnen een bepaald type mens aantrekt, veelal de mens die erg streng is voor zichzelf, de perfectionist. Fouten worden door perfectionisten als faalacties ervaren. In mijn lessen had ik vaak te dealen met turnsters die nogal faalangstig waren. Ook voor mijzelf een herkenbaar probleem. Zodra ze niet presteerden zoals ze wilden ging het helemaal mis, tot huilen aan toe.

faalangst-met-turnen

Betekenis faalangst

Waar komt faalangst vandaan?

Faalangst kan zowel genetisch bepaald zijn als ontstaan door omgevingsfactoren. Zo kun je bijvoorbeeld aanleg hebben om zwart-wit te denken. Je doet iets goed óf fout. Er bestaat geen grijze zone. Als een element net niet helemaal goed gaat wordt het vaak als een ‘’fout’’ bestempeld.

Omgevingsfactoren kunnen ook bijdragen aan het ontwikkelen van faalangst. Als je in je jeugd te maken hebt gehad met ouders of andere belangrijke personen die hoge eisen stelden dan kan dat patroon zich op latere leeftijd voortzetten. De overtuiging dat je altijd het hoogst mogelijke moet behalen is vanzelfsprekend. Deze lat is vaak bijna onhaalbaar hoog en brengt veel druk met zich mee. Je kunt je geen fouten veroorloven om met deze druk te dealen. Deze worden vaak als mislukkingen bestempeld. Men wordt bang om fouten te maken.

Voorbeeld

Lieke haar ouders merken dat ze aanleg heeft voor turnen. Ze mag van de trainster na een half jaar al doorstromen naar een selectiegroep. Lieke haar ouders hopen dat ze nog een aantal niveaus hoger mag gaan turnen. Ze doen er alles aan om haar te voorzien van een gouden medaille (hoge eis). Ze moet vroeg naar bed, gezond eten en in haar vrije tijd pushen ze haar om wat kracht en lenigheid bij te houden. Doet ze dat niet dan zal ze falen (zwart-wit denken). Als ze dit niet kan waarmaken dan laten haar ouders hun teleurstelling merken. 

Op latere leeftijd neemt Lieke de regie zelf in handen. Uiteindelijk zou ze graag deelnemen aan een NK of zelfs WK (onrealistische eis). Ze traint er ontzettend hard voor. Ze traint vier keer per week. Op balk is ze nu bezig met het leren van de salto. Om aan al haar elementeisen te voldoen moet deze erin. Na twee maanden trainen zit het element er nog steeds niet in. Ze raakt hier ontzettend verdrietig en gefrustreerd van. Lieke huilt iedere training en neigt zelfs te stoppen met trainen omdat ‘’het toch nooit gaat lukken’’ (zwart-wit denken). Ze zit vast in haar vaste mind-set: ze kan de salto nog steeds niet en gaat ook niet vooruit. De gedachte dat zowel zijzelf als haar ouders ontzettend teleurgesteld in haar zijn maakt haar ontzettend angstig

Hoe herken je een faalangstige turn(st)er?

Faalangst kun je herkennen aan bepaalde gedachtes, gedragingen en gevoelens. De gedachtes zijn vaak negatief en erg kritisch. In onderstaande tabel heb ik een aantal voorbeelden genoemd. Je kunt je voorstellen wanneer iemand tegen zichzelf zegt ‘’je bent een mislukking’’,  dit veel onzekerheid en verdriet met zich meebrengt. Door deze gevoelens van verdriet en onzekerheid kan een turnster motivatie verliezen of zelfs het oefenen van bepaalde elementen vermijden. Wees alert op de signalen van wat een turn(st)er zegt en doet.

faalangst-met-turnen

Wat zijn de effecten van faalangst?

Turnen is een jurysport waarbij de beoordeling van een oefening of element bestaat uit het tellen van de ‘’fouten’’. De fouten worden per element gescoord en uiteindelijk presenteert de score van een oefening hoe ‘’goed’’ het is gegaan, ook ten opzichte van andere turnsters. Het is een vaardigheid ansich om niet enkel te focussen op de fouten en tekortkomingen van bijvoorbeeld je wedstrijdoefeningen. De emotionele lading die een turn(st)er ervaart bij het maken van deze fouten kan veel impact hebben op onder anderen haar zelfvertrouwen. De mate van zelfvertrouwen hangt samen met angst, (intrinsieke) motivatie en concentratie wat alle drie invloed heeft op de uiteindelijke prestatie.

Neem het voorbeeld van Emma, ze vindt zichzelf ‘’een mislukking’’. Ze zal zich ongetwijfeld erg verdrietig voelen. Haar angst voor nog een mislukking zal vergroten, haar motivatie om de handstand te blijven trainen verkleinen en tijdens het oefenen zal haar concentratie worden verstoord met gedachtes als ‘’je kunt dit toch niet’’, ‘’de trainster zal me vast weer wijzen op mijn lelijke kromme benen’’.

Hoe ga je als turntrainster met faalangst om?

Hieronder staan een aantal tips genoemd om met de verschillende aspecten en impacts van faalangst om te gaan:

  • Focus niet te veel op het resultaat maar meer op het proces. Alle kleine succeservaringen tellen mee. Laat een turnster bijvoorbeeld iedere training een overwinning benoemen of opschrijven.
  • ‘’Fouten maken moed’’. Van je fouten kun je leren en een fout is niet iets ‘’slechts’’. Leer van je fouten en pak ze aan. Het is onderdeel van je leerproces om uiteindelijk je resultaat te bereiken.
  • Corrigeer de strenge uitspraken die de turnster naar zichzelf uit. Misschien ben jij wel een van de ‘’belangrijke personen’’ in het leven van de turnster die deel uit maken van de opvoeding. Dit vormt een turnster op latere leeftijd. Leer een turnster met compassie tegen zichzelf te praten in plaats van zichzelf af te kraken. ‘’Je kunt het nog niet’’ klinkt al veel liever dan ‘’je kunt het nooit en bent mislukt’’.
  • Wees je bewust van de verwachtingen van een turnster en stel deze zo nodig bij. Als een turnster de hoge eis heeft ooit een WK te behalen terwijl dat er niet in zit dan ervaart ze onnodig veel druk.
  • Probeer een turnster meer ‘’grijs’’ te laten denken: iets is niet altijd geheel ‘’goed’’ of ‘’fout’’. Als een radslag wordt gemaakt met enkel kromme benen in plaats van kromme benen én tenen is het niet nog steeds een ‘’fout’’.

Extra tips

  • Waar komt het de veeleisendheid en de angst voor het maken van fouten vandaan? Zijn de ouders de oorzaak ouders of groepsgenoot? Pak de oorzaak aan! Ga bijvoorbeeld met deze personen in gesprek.
  • Let op je woorden. ‘’Die overslag was niet goed, voordat je je mag aankleden wil ik nog een goede hebben gezien.’’ Hierdoor ervaart een turnster dat als ze fouten maakt er sancties aan hangen. Ook de verwoording van je ‘’tips’’ kan veel invloed hebben op de beleving en interpretatie van het maken van fouten.

Al met al is faalangst zowel voor de turn(st)er zelf als de train(st)er een challenge. Merk de signalen op en kijk hoe je hier mee om kunt gaan. Wees je bewust van je rol als trainster, vooral voor veel jonge kinderen draag je meer bij aan de opvoeding dan je denkt. Hopelijk kun je wat met bovenstaande tips om toe te passen in je lessen.

Kun je meer tools en tips gebruiken voor het omgaan met faalangst? Bekijk dan onze bijscholingen en de tools op ons ledenplatform. Ben je nog geen lid? Klik dan hier om je in te schrijven voor het Beter Turnen Platform.

Over de schrijver
Ik ben Roxanne Boersma en werk binnen Beter Turnen als content ontwikkelaar, docent en coach. Ik turn zelf sinds mijn 12e en geef sinds 2012 turnlessen aan verschillende selectie turngroepen. Naast mijn passie voor turnen ben ik actief met fitness en gezondheid (lifestyle en voeding). Ik ben momenteel werkzaam als fysiotherapeut in een eerstelijns praktijk. Quote: "Never give up on what you really want to do. The person with big dreams is more powerful than one with all the facts."
Arie de Korte
Door

Arie de Korte

op 25 Feb 2020

Faalangst is iets wat door gedachten wordt ontwikkeld, dus niemand 'is' faalangstig. Iets wel of niet 'zijn' zit op het niveau van identiteit (wie ben ik?), faalangst op het niveau van gedachten rondom kennis en vaardigheden (wat kan ik?). Voor een opleider of opvoeder dus belangrijk de belemmerende gedachte te traceren en het daar met het kind of pupil over te hebben. Door te letten waar jouw feedback zich op richt, kun je een zelfverzekerde sporter opleiden, die kritisch naar zichzelf kan zijn op het niveau van kunnen.

Paul Verheul
Door

Paul Verheul

op 15 Mar 2020

Goede aanvulling Arie, bedankt!

Reactie plaatsen